
Ik loop even met u mee
Er staat een keurig uitziende oudere heer met rollator bij de buren voor de deur. Er wordt blijkbaar niet open gedaan. Ik steek net moe, voldaan en hongerig de sleutel in mijn voordeur als hij me aanspreekt. Zit ik niet op te wachten.
‘Woont u hier?’, vraagt hij.
‘Ja’, zeg ik. Ik merk op dat hij niet zo goed weet hoe verder en snel besluit ik hem te helpen.
‘Gaat u op bezoek bij iemand?’, vraag ik.
‘Nee, ik moet naar de Kersenstraat*, weet u waar dat is?’
‘Ja, als u rechtdoor loopt en dan de eerste links dan bent u er.’
Hij maakt geen aanstalten.
‘Ik was namelijk bij de bank, maar die was dicht en normaal ga ik met de auto, maar zo lopend weet ik het niet’, vervolgt hij.
Er gaat een belletje bij mij rinkelen. Deze meneer autorijden, en naar de bank in deze stad, op zaterdag. Drie dingen die niet met elkaar rijmen.
‘Weet u wat, ik loop even met u mee, woont u op de Kersenstraat?’
‘Wilt u dat, dat is heel vriendelijk van u.’
Samen vervolgen wij onze weg.
Hij met rollator, ik met fiets aan de hand. Allebei onze eigen set wielen.
‘Ik woon op nummer 3b’ zegt hij dan.
Gelukkig weet hij dat nog.
‘Woont u alleen?
‘Ja mijn vrouw is 15 jaar geleden overleden. Het is niet makkelijk, alles alleen te moeten doen.’
Ik knik. Ik weet er alles van om alles in je up te doen.
‘Ik was lopend, want normaal ga ik met de auto, maar er was dus iets met mijn rijbewijs. En daarvoor moest ik naar de bank. Maar ja het is natuurlijk zondag.’ (het is zaterdag).
‘Nou, maandag dan nog maar een keer proberen’, glimlach ik hem toe.
‘Ja’, zegt ie terwijl hij beleefd wacht tot een voetganger hem kruist op de smalle stoep.
‘Hoe heet u?’
‘Jansen.’
‘Ik ben Inge.’
‘Mijn dochter heet ook Inge. Daar heb ik niet zo’n goede band mee’, hij aarzelt even voor hij besluit verder te gaan, ‘ze is nogal op zichzelf’. Zijn heldere ogen kijken me aan.
Ik lach: ‘nou dat ben ik ook!’
‘Nee, niet zo’, en hij blijft me ernstig aankijken, ‘als ik naar jou kijk, dan ben jij… heel goed.’
Hij emotioneert mij, de tranen vullen mijn ogen.
Hij steekt de sleutel in het slot. ‘Heel goed…’, mompelt hij tegen de deur. Ik kijk als hij de deur opent.
‘Komt u eens bij mij op bezoek’, zegt hij dan opgewekt. ‘Volgens mij hebben we elkaar wel het een en ander te vertellen.’
‘Dat beloof ik. Ik bel binnenkort bij u aan en dan zeg ik dat ik Inge ben. Dan kom ik bij u op de thee.’
‘Nee dat gaat niet, want dan denk ik dat je mijn dochter bent.’
Ik glimlach weer. ‘Nou dan zeg ik dat ik Inge van de Westerstraat ben.’
‘Inge van de Westerstraat, ja dat is goed.’
Hij heeft de deur open gekregen en manoeuvreert zich behendig naar binnen.
‘Dag meneer Jansen.’
‘Dag Inge van de Westerstraat.’
*De naam van meneer Jansen is gefingeerd. De straatnamen ook.

Inge Nieuwenhuis

Nieuwste schrijfsels
- Over mannen van staal 28 november 2025
- Een oranje eierdop in woelig water. 8 september 2025
- Ik loop even met u mee 22 juli 2025
- When you think you are cool… until you are not 18 maart 2025
- Iets 7 april 2024
- 8 minuten 8 februari 2022
Stuur Inge een bericht!